Sint-Janskruid

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum)

Het kruid werd beschouwd als een heilig kruid om het kwade te weren. Sint-Jan is een evrwijzing naar Johannes de Doper. Deze voorloper en wegbereider van Jezus, wordt zes maanden voor de geboorte van Jezus (zie Lucas 1, 26-28) herdacht. Omdat de geboortedatum niet bekend is, werd die bepaald door een bijbeltekst uit Johannes 3, 30 die zegt : “Hij moet groter worden, en ik kleiner”. Rond  24 juni neemt de zon in kracht af om rond 24 december weer met kracht de aarde te verlichten. Zo ervaren wij dat op het Noordelijke halfrond, waar ook het geboorteverhaal van Jezus ontstond.

Een legende verhaalt dat de duivel de geneeskracht van het Sint – Janskruid  heeft willen breken door met zijn klauwtjes gaatjes in het blad te prikken (perforatum). In de bladeren zitten oliekliertjes die op gaatjes lijken. Als je de knoppen tussen je vingers wrijft, komt er rood sap uit. Men zag hierin een verwijzing naar het bloed dat vloeide toen Johannes onthoofd werd.

 

Sint – Janskruid, vaak samen met ander kruiden gebundeld in een Sint-janstros, wordt nog steeds als ritueel kruid gebruikt. Ook worden er kransen van gemaakt.

Gebruik het verse kruid niet rechtstreeks in voedsel of drank. Het bevat stoffen die voor de huid, blootgesteld aan zonlicht, nadelig zijn. Gedroogd kan het wel gebruikt worden, bijvoorbeeld in thee. Of maak een Sint-Janskruidwijn samen met citroenmelisse.

Sint-Jansolie is een huismiddel bij wondjes. Er zijn nog steeds kloosters waar men Sint-Jansolie bereidt door de bloemen en bloemknoppen in olie enige tijd te laten staan. De olie krijgt een rode kleur. Als wondmiddel wordt het toegepast. Zorg dan er wel voor dat de wond de huid niet aan zonlicht wordt blootgesteld: er gaat een verbrandende werking van uit!

Meer kruiden dragen als volksnaam Sint – Janskruid omdat ze rond deze dag bloeien, zoals margriet