Roomse kervel

Roomse kervel (Myrrhis odorata)

Deze vaste plant komt vooral in boerentuinen voor, met name in het Oosten, omdat het blad in streekgerechten zoals kruudmoes wordt gebruikt.

Oorspronkelijk groeit zij in de bergen van Zuid-Europa. Het aroma van de plant lijkt op mirre, vandaar de naam “myrrhis”. De zaden worden onder meer in Chartreuse likeur gebruikt.

Als volksgeneesmiddel werd het gebruikt als slijmoplossing. Dat verklaart het voorkomen in boerentuinen.

Het jonge blad moet men niet meekoken. Roomse kervel wordt soms ter vervanging van kervel gebruikt, maar de smaak is zachter, zoet anijsachtig. De onrijpe zaden kunnen in sauzen worden gebruikt. De wortels worden wel gesuikerd en gebruikt als garnering of snoepgoed of kun je als pastinaak roerbakken in olie of koken.