Komijn

Komijn (Cuminum cyminum)

Via Turkije kwam de kleine plant (ca. 40 cm) met roze bloemschermen en 1 cm lange, kruidige zaden naar Nederland en werd de komijnekaas geboren. Ze krijgt ten onrechte nogal eens de naam Kümmel, de Duitse naam voor karwij…

Ze houdt van warmte. In het land van de Bijbel werd het gewas al in de tijd van Jesaja (750-700 jaar vóór Christus) verbouwd (zie bij Karwij).

In Nederland rijpen de zaden alleen goed op een warme plaats.

Komijnzaden werden vroeger met een stok uit het kruid geklopt (Jesaja 28, vers 27). Die zaden worden benut bij het inmaken van zoetzuur, het bereiden van chutneys en bij rijsttafelgerechten en kaasgerechten, zoals kaaspannenkoek.

In Nederland is komijn bekend door de kaas (Leidse komijnekaas).