Gras

grasbNovember, een maand om stil te staan bij allen die als bladeren van een boom vielen, de we los moesten laten in het leven van alledag, maar in onze herinneringen levend blijven. In de tuinen stralen siergrassen zoals de lampenpoetser (Pennisetum) , ‘gras’ wordt veel in de bijbel gebruikt als verwijzing naar vergankelijkheid. Als gras zijn de dagen van een mens, hij bloeit als een bloem op het veld; de wind waait en weg is de bloem en niemand weet waar ze heeft gestaan’ (Psalm 103,15-16). ‘ U maait hen weg in de slaap, als gras: in de ochtend nog welig en fris, en ‘s avonds verwelkt en verdord’ (Palm 90, 5-6). In Psalm 37 wordt gezegd dat men zich niet hoeft op te winden over ‘bedrijvers van ongerechtigheid’, want ‘zo snel als het gras vergelen zij, zij verdorren als het groene kruid’ (Psalm 37,2).

Tegenover de vergankelijkheid van een mensenleven staat de eeuwigheid van God:
‘Alle mensen zijn gras en hun trouw is niets anders dan een veldbloem. Het gras verdort, de bloem verwelkt wanneer de adem van de Heer erover waait; zeker dit volk is gras! Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt in eeuwigheid stand’ (Jesaja 40, 6-8).

Goudsbloem

GoudsbloembAls sterren glinsteren oranje – gele goudsbloemen. Zij zaaien zichzelf uit en vinden hun plaats. Marigold is hun naam In Engeland. Hildegard van Bingen noemt de gouden bloemen zonnekinderen omdat ze herinneren aan de kracht van de zon, die op haar beurt een beeld is van de Allerhoogste in het Zonnelied van Franciscus van Assisi.

 

De zusters Clarissen in Megen bereiden hun eigen wond- en huidzalf met de bloemen. Dat doen bijvoorbeeld ook de zusters Trappistinnen in Arnhem. De bloemblaadjes vrolijken de middagthee van de Clarissen op. Ze kunnen veilig gebruikt worden als kleurvervanger van saffraan in rijst, maar de smaak is wel anders.

Druif (Vitis vinifera)

druifbOktober is de maand van de druivenoogst.De wijngaard is een algemeen beeld van de aarde die bebouwd wordt. Noach, isj-adama, betekent ‘man van aarde’. Noach was de eerste die een wijngaard plantte.

De druif behoort tot één van de vruchten vanhet beloofde land: ‘een land met tarwe, gerst, wijnstokken, vijgen en granaatappels, een land met vette olijven en honing’ (Deuteronomium 8,8).

Als Mozes mannen uitzendt om het land Kanaän te verkennen, komen zij na veertig dagen van hun verkenningstocht terug. Zij waren doorgedrongen in het dal Eskol ‘en sneden daar een wijnrank af met een druiventros, die zij met twee man aan een stok moesten dragen (…) Eskol heeft zijn naam te danken aan de druiventros die de Israëlieten daar hebben afgesneden’ (Numeri 12,23-24). Het beeld van overvloegd komt ook terug in de zegen van Jakob voor zijn zonen: ‘Aan de wijnstok bindt hij zijn ezelin, aan de wingerd zijn edele volbloed; hij was zijn gewaar in de wijn, zijn mantel in het bloed van de druiven’ (Genesis 49,11).

‘De wijngaard van de HEER van de machten is het huis van Israël,
zijn bevoorrechte planten zijn de mensen van Juda.
Hij hoopte op recht,
maar Hij zag onrecht,
Hij zag geen betrachting,
maar verkrachting van recht’ (Jesaja 5,7).

Daarom wordt de wijngaard die dus geen vruchten draagt aan verwildering prijsgegeven (Het lied van de wijngaard, Jesaja 5,1-7).
Het beeld van ‘onder zijn wingerd zitten of onder zijn vijgeboom’ (Micha 4,4) is een beeld van veiligheid en vrede: ‘dan smeden zijn hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot snoeimessen’ (Micha 4,3).

In het tweede testament wordthet beeld van de wijngaard gebruikt in enkele gelijkenissen (zie Matteüs 20,1-16; Matteüs 21,33-46). Het evangelie van Johannes kent een zevental ‘Ik-ben’ uitdrukkingen. in één daarvan zegt Jezus: ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn vader is de wijngaardenier’ (Johannes 15,1). In deze beeldtaal zijn de volgelingen van Hem de ranken die vrucht zullen dragen. Aan die vruchten kun je zien of ze echt verbonden zijn met de wijnstok: ‘Je vrouw is een vruchtbare wingerd die bloeit binnen in je huis; je kinderen staan rond de tafel geschaard als jonge olijfbomen. Ja, die zegen is voor de man die ontzag kent voor de HEER’ (Psalm 128,3-4).

 

Hulst

hulstbHulst hoort bij het kerstfeest en is al eeuwen in gebruik als versiering. Op schilderijen uit de Middeleeuwen en ook in latere kerstvoorstellingen wordt soms hulst afgebeeld, soms ook distelsrood als bloedkoralen, is ze evenals distels een verwijzing geworden naar het lijden dat ook Jezus zal ondergaan en herinnert aan de doornenkroon die hij zal dragen. In Denemarken heet hulst Kristtorn en in het Duits Christdorn. Takken hulst met rode bessen worden gebruikt om kransen van te maken als teken van trouwe liefde over de dood heen.

Driekleurig viooltje (Viola tricolor)

violab viola_2aAan de volksnaam ‘Drievuldigheids bloempje’ is een oude legende verbonden. Het verhaal gaat dat dit bloempje vroeger een heerlijke geur verspreidde en daarom zeer geliefd was. Ze groeit tussen het koren. Door haar geur was ze zeer geliefd. Om haar te plukken werd veel koren vertrapt. Het viooltje vroeg in naam van de Vader, Zoon en Geest haar geur te ontnemen. Zo geschiedde, maar op voorwaarde dat zij voortaan door haar kleuren aan de drie-ene God herinnert. In veel Europese landen is deze legende verspreid. In het hart van het bloempje is de vorm van een driehoek te herkennen: de abstracte vorm die in de kunst gebruikt werd om de drie-ene God uit te drukken, inclusief het oog dat in het midden van de driehoek en de drie stralen bundels. Het woord drievuldigheid of Drie-eenheid (Trinitatis) waaraan de zondag na Pinksteren is gewijd, komt in de bijbel niet voor. Wel schrijft Matteüs 28,19 : ‘doop hen in de naam van de Vader, Zoon en de heilige Geest’.

Brem (Cytisus scoparius)

brembElia trekt om zijn leven te redden de woestijn in. Na een dagreis komt hij bij een bremstruik aan en gaat eronder zitten. Zijn gehoor geven aan de stem van God wordt hem teveel en hijBrem. Klik hier voor foto van groter formaat. verlangt te sterven. Hij valt in slaap onder de bremstruik. Een engel van de HEER wekt hem en zorgt voor voedsel en water om hem te sterken. De engel bemoedigt hem op te staan, te eten en de reis te vervolgen. Hij eet en drinkt maar valt weer in slaap. Opnieuw stoot de engel hem aan en bemoedigt hem nogmaals op te staan. ‘Toen stond hij op, at en dronk, en gesterkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten, tot hij de berg van God, de Horeb bereikte (1 Koningen 19,1-8). De Horeb wordt ook genoemd in het verhaal van Mozes die in een brandende braamstruik begenadigd werd door een Godsverschijning (Exodus 3,2) en opgeroepen wordt om zijn volk uit Egypte te bevrijden.

De brem die in Nederland inheems voorkomt, is niet de soort brem vanwaar Elia veertig dagen door de woestijn trok. Dat is waarschijnlijk de witte brem (Retama of Lygos raetam) die vier meer hoog kan worden en heerlijk geurt als de witte bloemen bloeien. De takken worden als snijbloem aangeboden en de wortels worden als houtskool gebruikt.

Basilicum

BasilicumbBasilios betekent ‘Heer’, de naam van een belangrijke kerk ‘basiliek’ is daarvan afkomstig. Het kruid heeft deze naam gekregen door haar heerlijke geur. Basilicim is nog steeds een geliefd keukenkruid. Door haar geur wordt ze in de Oosters-orthodoxe kerken als versiering bij een kruis gebruikt bij het feest op 14 september. Dan wordt herdacht dat de moeder van keizer Constatijn het kruis van Jezus terugvond in een basilicumveld. De ‘geur van heerlijkheid’ verraadde de vindplaats. Goede geuren zijn een verwijzing naar de Eeuwige. Het branden van een reukoffers was een dagelijkse tempeldienst.

Aronskelk

arumbDe veertigdagentijd is een herinnering aan de tocht van het Joodse volk door de woestijn naar het land van Abraham. Mozes leidt het volk bij de vlucht door de Rode Zee en daarmee de uittocht uit Egypte. Als het volk begint te morren over het ongemak dat de tocht met zich mee brengt, wordt Aäron de rechterhand van Mozes.

De HEER sprak tot Mozes: ‘Spreek met de Israëlieten, en vraag van de leiders van elke stam een staf, samen twaalf staven. Schrijf ieders naam op zijn staf, – op die van Levi moet u de naam Aäron schrijven- want voor ieder stamhoofd moet er een eigen staf zijn. Leg ze voor de verbondsakte neer in de tent van samenkomst, waar Ik met u samenkom. De staf van de man die Ik uitkies, zal dus gaan bloeien. Zo zal ik het gemor van de Israëlieten tegen u tot zwijgen brengen en het niet meer horen. (…) Toen Mozes de volgende dag in de tent met de verbondsakte kwam, zag hij dat de staf van Aäron uit de stam van Levi was gaan bloeien. Hij had bloemen gekregen een droeg amandelen’ (Numeri 17,16-23).

Aan dit verhaal is de naam Aarons staf te danken. De gelijkenis is terug te vinden in de bloeikolf van de plant die op een staf lijkt. Volgens een legende is de Aronskelk ontsproten aan de staf van Aaron. Deze staf zou de staak zijn die de verspieders gebruikten om de grote druiventrossen aan te hangen die zij uit het beloofde land meenamen. Bij thuiskomst stak men deze staak in de grond. Ze begin te groeien en te bloeien. De volksnaam Aaronsbaard is terug te leiden op de vorm van de grote bladeren: vanuit twee rondingen spits toelopend, als en spits baardje vanachter de oren. Arum maculatum is de latijnse naam voor de inheemse gevlekte Aaronskelk. Arum italicum is de italiaanse aronskelk die wit geaderde bladeren heeft. Rode vlekken op bladeren (ook perzikkruid heeft ze) worden met de kruisiging van Jezus in verband gebracht. Volgens een legende vielen druppels bloed van Jezus op de bladeren van deze planten die onderaan het kruis groeiden. De rode vlekken zijn een blijvende herinnering. Perzikkruid wordt wel Jezus gras genoemd.

Akelei (Aquilegia vulgaris)

akeleibAkelei is afgeleid van Aquilegia, de latijnse naam van deze plant. Dit betekent arend. In Engeland wordt de plant Columbine genoemd, wat \duif’ betekent. Het is goed kijken: in de bloem zijn een paar duifjes te herkennen met kleine kopjes bovenaan en bloemblaadjes die zich als vleugels spreiden. De duif is in de bijbel een verwijzing naar de Geest. Bij de doop van Jezus in de Jordaan getuigt de profeet Johannes: ‘Ik heb gezien hoe de Geest als een duif uit de hemel neerdaalde en op Hem bleef rusten.(..) dit is de zoon van God’ (Johannes 1,31-34).

Bloeistengels van deze plant splitsen zich vaak in drie stengels met aan weerszijden drie bloemen en in het midden één bloem. Zeven bloemen verwijzen naar de zeven gaven van de Geest, gebaseerd op Jesaja 11,2: wijsheid, verstand, raad, sterkte, godsvrucht, wetenschap en ontzag. In de christelijke kunst is de akelei een verwijzing naar de ootmoed (doordat het bloempje naar beneden kijkt) en een Mariabloem.