Palmboompje

buxusaDe evangelisten verhalen hoe Jezus in Jeruzalem als een vorst werd binnengehaald: mensen legden hun kleren af als loper en zwaaiden met groene takken. Johannes noemt het palmtakken. In het land van de bijbel zijn palmtakken de takken van de dadelpalm. In die tijd was de palm reeds een zinnebeeld van eeuwige roem. Het struikje blijft altijd groen: het is een verwijzing naar leven. De dadelpalm met zijn stam recht door zee en zijn vruchten die in tijden van winter en honger zoet en energierijk zijn, en met bladeren die groen blijven, is een aansprekend beeld voor leven en vruchtbaarheid. In Midden- en Noord Europa waar de dadelpalm niet van nature groeit, werd de altijd groene buxus de vervanger van de palm. Op de eerste dag van de Veertigdagentijd worden vergeelde palmtakjes uit het vorig jaar verbrand en met de as daarvan worden mensen in katholieke kerken getekend: het “askruisje”.
Op palmzondagen wordt buxus gebruikt als herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. De buxus wordt gebruikt bij het maken van de palmpaasstokken. Kleine takjes worden gezegend en uitgedeeld. Thuis worden ze achter het kruisbeeld gestoken. Ook werden de akkers gepalmd: op de hoeken werden door de boer palmtakjes gestoken. Op graven herinnert buxus aan het eeuwige leven.

Hazelaar (Coryllus avellana)

hazelaarbNa het vertrek van de magiërs, die voor de bescherming van hun leven langs een andere weg naar hun land terugkeerden, waarschuwde een engel dat Jozef met Maria en Jezus naar Egypte moest vluchten om aan de dodende woede van Herodus te ontkomen (zie Matteüs 2,12-18). Het verhaal gaat dat tijdens een hevige onweersbui de hazelaar hen beschermd tegen de bliksem. Het is een geliefde boom die niet alleen ter bescherming van blikseminslag bij huizen wordt aangeplant. De hazelnoten zijn welkom wintervoedsel en de takken zijn voor allerlei vlechtwerk en voor bezemstelen bruikbaar. Eenjarige twijgen worden gebruikt als wichelroedes om water of metaal op te sporen. Aan de boom zijn ‘hemelse krachten’ toegekend. Hazel wordt wel afgeleid van het Engelse ‘haes’ dat ‘bevelen’ betekent. Een staf van een hazelaar werd dan ook een teken van gezag.

Hulst

hulstbHulst hoort bij het kerstfeest en is al eeuwen in gebruik als versiering. Op schilderijen uit de Middeleeuwen en ook in latere kerstvoorstellingen wordt soms hulst afgebeeld, soms ook distelsrood als bloedkoralen, is ze evenals distels een verwijzing geworden naar het lijden dat ook Jezus zal ondergaan en herinnert aan de doornenkroon die hij zal dragen. In Denemarken heet hulst Kristtorn en in het Duits Christdorn. Takken hulst met rode bessen worden gebruikt om kransen van te maken als teken van trouwe liefde over de dood heen.

Brem (Cytisus scoparius)

brembElia trekt om zijn leven te redden de woestijn in. Na een dagreis komt hij bij een bremstruik aan en gaat eronder zitten. Zijn gehoor geven aan de stem van God wordt hem teveel en hijBrem. Klik hier voor foto van groter formaat. verlangt te sterven. Hij valt in slaap onder de bremstruik. Een engel van de HEER wekt hem en zorgt voor voedsel en water om hem te sterken. De engel bemoedigt hem op te staan, te eten en de reis te vervolgen. Hij eet en drinkt maar valt weer in slaap. Opnieuw stoot de engel hem aan en bemoedigt hem nogmaals op te staan. ‘Toen stond hij op, at en dronk, en gesterkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten, tot hij de berg van God, de Horeb bereikte (1 Koningen 19,1-8). De Horeb wordt ook genoemd in het verhaal van Mozes die in een brandende braamstruik begenadigd werd door een Godsverschijning (Exodus 3,2) en opgeroepen wordt om zijn volk uit Egypte te bevrijden.

De brem die in Nederland inheems voorkomt, is niet de soort brem vanwaar Elia veertig dagen door de woestijn trok. Dat is waarschijnlijk de witte brem (Retama of Lygos raetam) die vier meer hoog kan worden en heerlijk geurt als de witte bloemen bloeien. De takken worden als snijbloem aangeboden en de wortels worden als houtskool gebruikt.

Aronskelk

arumbDe veertigdagentijd is een herinnering aan de tocht van het Joodse volk door de woestijn naar het land van Abraham. Mozes leidt het volk bij de vlucht door de Rode Zee en daarmee de uittocht uit Egypte. Als het volk begint te morren over het ongemak dat de tocht met zich mee brengt, wordt Aäron de rechterhand van Mozes.

De HEER sprak tot Mozes: ‘Spreek met de Israëlieten, en vraag van de leiders van elke stam een staf, samen twaalf staven. Schrijf ieders naam op zijn staf, – op die van Levi moet u de naam Aäron schrijven- want voor ieder stamhoofd moet er een eigen staf zijn. Leg ze voor de verbondsakte neer in de tent van samenkomst, waar Ik met u samenkom. De staf van de man die Ik uitkies, zal dus gaan bloeien. Zo zal ik het gemor van de Israëlieten tegen u tot zwijgen brengen en het niet meer horen. (…) Toen Mozes de volgende dag in de tent met de verbondsakte kwam, zag hij dat de staf van Aäron uit de stam van Levi was gaan bloeien. Hij had bloemen gekregen een droeg amandelen’ (Numeri 17,16-23).

Aan dit verhaal is de naam Aarons staf te danken. De gelijkenis is terug te vinden in de bloeikolf van de plant die op een staf lijkt. Volgens een legende is de Aronskelk ontsproten aan de staf van Aaron. Deze staf zou de staak zijn die de verspieders gebruikten om de grote druiventrossen aan te hangen die zij uit het beloofde land meenamen. Bij thuiskomst stak men deze staak in de grond. Ze begin te groeien en te bloeien. De volksnaam Aaronsbaard is terug te leiden op de vorm van de grote bladeren: vanuit twee rondingen spits toelopend, als en spits baardje vanachter de oren. Arum maculatum is de latijnse naam voor de inheemse gevlekte Aaronskelk. Arum italicum is de italiaanse aronskelk die wit geaderde bladeren heeft. Rode vlekken op bladeren (ook perzikkruid heeft ze) worden met de kruisiging van Jezus in verband gebracht. Volgens een legende vielen druppels bloed van Jezus op de bladeren van deze planten die onderaan het kruis groeiden. De rode vlekken zijn een blijvende herinnering. Perzikkruid wordt wel Jezus gras genoemd.

Sleedoorn

doornb sleedoornb

 

 

 

 

 

 

Lijden en doornen horen van oudsher bij elkaar. Als Adam en Eva het gebod van de HEER overtreden en uit de tuin verdreven worden spreekt de HEER: ‘de grond zal vervloekt zijn (…) Distels en doornen zal hij voortbrengen’ (Genesis 3,17-19).

Na de terechtstelling van Jezus vlochten de soldaten van doornen een krans en zette die op het hoofd van Jezus. (Johannes 19,2). Natuurlijk is er gespeculeerd welke boom die doornen leverde. Er is zelfs een boom en een plant die Christusdoorn heet. Volgens een legende zijn het takken van de sleedoorn geweest, die toendertijd nog onooglijke groene bloesems had. Toen Jezus na zijn opstanding de sleedoorn passeertde hoorde hij het gejammer van de sleedoorn, ontdaan dat zijn takken de Heer van de nieuwe schepping hebben gepijnigd. Jezus antwoordt: ‘Ik ken je onschuld en als teken daarvan zul je voortaan met stralend witte bloesems tegen Pasen bloeien’.