Kalfjes

Broeder Cornelis van Marle, voormalig trappist Abdij Maria Toevlucht, Zundert [www.abdijmariatoevlucht.nl]

Kalfjes vervelen nooit. Zelfs een oude medebroeder, die er in zijn lange loopbaan als boer al honderden moet hebben gezien, is wéér enthousiast over het veertiental dat inmiddels rondhuppelt. Ook zelf raak ik er niet op uitgekeken. ’s Avonds, bij de laatste ronde door de stal voor het slapen gaan, schijn ik altijd nog even met mijn zaklantaarn rond in de “crèche”.

kalfjes

Dat is een hok waarvan het hek zo is gemaakt dat er geen koeien, alleen maar kleine kalfjes doorheen passen. Het begint meestal met één of twee kalfjes die dat uitvinden. Kalfjes zijn namelijk uiterst behendig in het vinden van beschutte plaatsjes waar ze ongestoord kunnen liggen. Ongestoord door bazig rondlopende koeien, of tochtige koeien die elkaar tot diep in de nacht rusteloos achternazitten. En al snel na die eerste twee kalfjes vinden ook de andere de crèche, zodat er soms wel een tiental naast en over elkaar heen ligt te soezen of loopt te snuffelen en likken. Als ze dorst hebben, stappen ze gewoon weer door het hek naar buiten om bij moeder te gaan drinken.
’s Morgens vroeg – bij mijn eerste ronde – tref ik het soms net dat het spitsuur is. Dan zie je een aantal koeien zich aan de andere kant van het hek verzamelen en ongeduldig loeien naar hun kalfjes. Meestal hebben die dan ook net wel honger, stappen door het hek en al spoedig heerst er weer stilte, slechts onderbroken door gretig gezuig en gesmak van kalfjes en af en toe een zacht brommend loeitje van een koe. Een enkele keer heeft een kalfje net geen dorst (misschien ’s nachts al gedronken of zo), blijft heerlijk in het stro liggen en laat moeder lekker loeien.

Ze kunnen iets heel ondeugends hebben. Ja dat is natuurlijk weer een heel menselijke term, maar soms dringt te vergelijking zich echt op. Zoals laatst. Ik hoorde hard geloei. Ach, dacht ik: koeien die hun kroost ophalen bij de crèche. Maar het was op een andere plaats in de stal. Wat bleek? Vier kalfjes hadden ontdekt dat ze onder een hek door naar buiten de wei in konden. Ze huppelden en renden buiten rond, terwijl de moeders binnen in toenemende ongerustheid stonden te loeien. Maar hoe harder ze loeiden, des te uitgelatener hun kroost buiten begon rond te dartelen. Ja ze leken elkaar echt aan te steken. Want toen ik na even elders wat geveegd te hebben terugkeerde, waren er nóg twee naar buiten gekomen. En het uitbundige zestal bleef ook niet meer bij de stal, maar rende om het hardst met de staart in de lucht helemaal naar de andere kant van de wei en weer terug, zich niets aantrekkend (of juist wel?) van het aanzwellende geloei van binnen… Nee, kalfjes vervelen mij nooit – ieder jaar zie ik weer nieuwe dingen.

 

Naschrift
Bij de Abdij Maria Toevlucht in Zundert is een ecologisch agrarisch bedrijf. Dat betekent dat er bouwland en weiland ligt met heggen en hagen rondom de abdij voor gewassen, koeien, varkens en kippen.
Ook is er een zogenaamde sterrenbos. Daar kan op de openbare paden vrij gewandeld worden.
De eigen kloostertuin met kruiden, bijenplanten, vlinderplanten, groenten en siergewassen, is niet beschikbaar voor gasten. De nieuwe pandhof, een sobere binnentuin tussen gastenverblijf en klooster, is wel te zien.

 

» Het verhaal van april "Vlinders".